De nummering van Schuberts werken: Deutsch-catalogus

Van Schubert is bekend dat hij nonchalant omging met zijn manuscripten; veel is er tijdens en kort na zijn leven dan ook verdwenen. Een van de belangrijkste Schubert-onderzoekers was Otto Erich Deutsch (1883-1967), die een belangrijk deel van zijn leven besteedde aan het verzamelen, dateren en catalogiseren van alle bekende en onbekende Schubert-werken. In 1951 verscheen te Londen zijn 'Schubert. Thematic Catalogue of all his Works'; na zijn dood werd zijn werk voortgezet door de Internationale Schubert-Gesellschaft in Tübingen, die in 1978 een nieuwe, aangevulde en Duitstalige editie het licht deed zien.
In de Deutsch-catalogus zijn alle werken, waarvan bekend is dat Schubert ze ooit componeerde, inclusief die welke men (nog) niet heeft teruggevonden, in chronologische volgorde gerangschikt en van een nummer voorzien, het zijn er ruim duizend. Deze Deutsch-nummering is daarom zo belangrijk, omdat Schubert meermaals gedichten met eenzelfde titel, doch met verschillende tekst, toonzette, of ook verschillende zettingen van hetzelfde gedicht componeerde; maar vooral ook omdat er over de rangorde van zijn latere symfonieën geen overeenstemming bestaat: zo is bijv. de Unvollendete' (D759) beurteling als 'achtste' en als 'zevende' symfonie geboekstaafd en gaat de 'Grote' symfonie in C (D944) als 'zevende', 'achtste' of 'negende' door het leven.

Vorige pagina  Volgende pagina