Vriendenkring

Deze vrienden zijn voor Schubert van groot belang geweest. Zonder hen zou zijn vrijgezellenbestaan ondraaglijk eenzaam zijn geweest, daar ook zijn vader, uit boosheid omdat Franz zijn brood niet op een 'fatsoenlijke' manier wilde verdienen, hem jarenlang verstootte. Dat Schubert nooit trouwde kwam deels door zijn armoede, maar vooral ook door zijn diepgevoelde levensopdracht tot componeren, waarin zijn sexualiteit zich ongetwijfeld heeft gesublimeerd- een enkele escapade daargelaten, waar hij duur voor moest betalen: hij leed jarenlang aan syfilis, al was dit niet de rechtstreekse oorzaak van zijn vroegtijdige dood. Zijn vrienden echter erkenden al vroeg zijn genie, boden hem bewondering, gezelligheid, en zonodig financiële hulp en onderdak; en dit was vaak nodig, want het beroep van componist gold in die tijd nog als een ambacht als elk ander, en de inkomsten waren schaars. Schubert woonde o.a. in bij zijn intimus Franz von Schober, een begaafd amateur op vele kunstgebieden, waaronder de dichtkunst (An die Musik, Alfonso und Estrella). Tot Schuberts bekendste vrienden behoren voorts Johann Michael Vogl, bariton bij de hofopera, die vele van zijn liederen voor het eerst ten gehore bracht (o.a. Erlkönig in 1821); Anselm Hüttenbrenner, componist; zijn broer Josef Hüttenbrenner, trouwe helper van Schubert, die zijn zaken regelde en vaak muziek voor hem copieerde; Johann Mayrhofer, ambtenaar en dichter van o.m. 47 van Schuberts liedteksten en twee van zijn libretti (Adrast, Die Freunde von Salamanka); Karl en Anna Pachler te Gratz, waar Schubert graag verbleef en met bewondering en vriendschap ontvangen werd; Josef von Spaun, ambtenaar, die een dagboek naliet met belangrijke notities over Schubert; baron von Schönstein, groot liefhebber en zanger van Schuberts liederen; Johann Jenger, ambtenaar; Moritz von Schwind, de romatische schilder; de gezusters Fröhlich, drie zangeressen en een pianiste; de familie Sonnleithner; en de Esterházy's, die Schubert als muziekleraar in dienst namen en op wier landgoed in Hongarije hij in 1818 en 1824 de zomer doorbracht. Door hen kende Schuberts leven, naast armoede en een onzekere toekomst, toch ook veel vrolijkheid en zorgeloosheid. De romantische figuur van de componist paste zich goed aan bij het vrijgezellenbestaan, terwijl intense vriendschap, gezellig verkeer en 'schwärmerische' bewondering hem ten deel vielen en zijn leven druk gevuld was met afwisselende bezigheden: naast componeren ook musiceren en vriendenpartijtjes waar zowel druk gepraat als gedanst werd waarbij de steeds bereidwillige Schubert voor de dansmuziek zorgde en uitstapjes in het Weense gezelschapsleven, hoofdzakelijk in burgerlijke milieus en in volkswijken waar de volksmuziek nog beoefend werd.

Vorige pagina  Volgende pagina